Wetenschappelijk onderzoek

Kwaliteit en veiligheid van IVF met PGD voor BRCA-draagsters

Draagsters van een mutatie in het BRCA1- of BRCA2-gen hebben een verhoogd risico op erfelijke borst- en eierstokkanker. Erfelijke borst- en eierstokkanker is een van de meest voorkomende indicaties voor PGD in Nederland. Voor de IVF-behandeling behorend bij PGD is een goede eierstokfunctie (ovariële reserve) nodig. Draagsters van een BRCA-mutatie stellen regelmatig de vraag of de hormonen die voor de IVF-behandeling gebruikt worden hun risico op kanker vergroten.

Bovengenoemd onderzoek, dat gesubsidieerd wordt door KWF Kankerbestrijding, richt zich op deze twee onderwerpen. De ovariële reserve van vrouwen belast met een BRCA-mutatie wordt bestudeerd, zo worden hun AMH-waarden (een hormoon dat illustratief is voor de aanwezigheid van voorstadia van eicellen in de eierstok) vergeleken met vrouwen zonder BRCA-mutatie. Deze studie, de BRAVA-studie, wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het UMC Utrecht. Daarnaast wordt de ovariële respons op IVF-stimulatie bestudeerd van BRCA-draagsters die PGD hebben ondergaan.
De invloed van een IVF-behandeling op de incidentie (het vóórkomen) van borstkanker wordt bestudeerd  door in een grote, landelijke groep BRCA-draagsters (het Hebon cohort) de incidentie van borstkanker bij BRCA-draagsters die wel en die geen IVF-behandeling ondergingen in het verleden te vergelijken. Tijdens de studieperiode worden bovendien extra controles van de borsten uitgevoerd door middel van MRI bij BRCA-draagsters die behandeld worden met PGD.

Supervisie: prof. dr. Christine de Die-Smulders, prof. dr. Vivianne Tjan-Heijnen, dr. Ron van Golde en dr. Encarna Gómez García
Onderzoeker: drs. Inge Derks-Smeets