De behandeling

IVF / ICSI

Bij IVF wordt de bevruchting in het laboratorium tot stand gebracht door eicellen en zaadcellen samen te voegen. Bij verminderde zaadcelkwaliteit wordt er gebruik gemaakt van ICSI (= intra cytoplasmatische sperma-injectie), waarbij een zaadcel in een eicel wordt geïnjecteerd. Bij PGD in geval van DNA-diagnostiek wordt eveneens ICSI toegepast. 

Het startgesprek

Voor de start van de eerste PGD-behandeling zal een gesprek plaatsvinden. De verpleegkundige neemt de behandeling door en geeft instructies voor het spuiten van de hormonen. Het medicatieschema wordt meegegeven en er worden afspraken voor de controles gemaakt. De IVF-arts maakt een inwendige echo van de eierstokken.

De IVF-behandeling

Enkele weken voor de start begint de vrouw met het slikken van de anticonceptiepil. Daarna wordt gestart met Decapeptyl-injecties, die door de patiënt zelf worden toegediend. Na 12-14 dagen Decapeptyl start de stimulatie met FSH-injecties (Puregon). Er worden meerdere echo's gemaakt om de rijping van de eiblaasjes te volgen. Als er voldoende eiblaasjes (follikels) zijn volgt de eicelpunctie. Drie dagen daarna vindt de biopsie van de embryo's plaats. Vier dagen na de eicelpunctie volgt de embryo-terugplaatsing. Twee weken na de terugplaatsing kan een zwangerschapstest gedaan worden.

Voorafgaande en gedurende de IVF/PGD-behandeling is het advies om een spontane zwangerschap te vermijden en goede anticonceptie te gebruiken. Ook na de IVF/PGD-behandeling adviseren wij u het gebruik van anticonceptie te voort te zetten. Uw gynaecoloog zal dit verder met u bespreken.

Meer informatie betreffende de IVF-behandeling is te vinden op de websites van de IVF-centra die deelnemen aan PGD Nederland:
IVF-centrum MUMC+
IVF-centrum UMCU
IVF-centrum UMCG
IVF-centrum AMC