Ziekte van Marfan
Bij de ziekte van Marfan is voorbereidend bloedonderzoek van beide partners, hun wederzijdse ouders en eventueel familieleden nodig om na te gaan of PGD mogelijk is. Alleen embryo's zonder de aanleg voor de ziekte van Marfan worden in de baarmoeder geplaatst. Met PGD kan niet onderzocht worden in welke mate de ziekte tot uiting zal komen bij het kind dat eventueel uit het embryo groeit. Als de ziekte bij meerdere familieleden voorkomt, die mee kunnen doen aan het voorbereidend genetisch onderzoek, duurt het voorbereidend genetisch onderzoek enkele maanden. Als er maar één patiënt in de familie is, moet er een nieuwe test worden opgezet. Dit duurt langer.
Als de vrouw de ziekte van Marfan heeft, zal voor de PGD-behandeling moeten worden vastgesteld of haar eigen gezondheid goed genoeg is om de IVF-behandeling, die nodig is voor PGD, te ondergaan. Ook moet worden onderzocht of een zwangerschap voor haar verantwoord is. Daarvoor is onderzoek door diverse specialisten, zoals een cardioloog (hartspecialist) nodig. Aangedane vrouwen hebben in een aantal gevallen een verhoogd risico op complicaties in de zwangerschap.