Geslachtsgebonden aandoeningen

Met geslachtsgebonden aandoeningen wordt bedoeld genetische ziekten die (vrijwel) uitsluitend bij mannen voorkomen. De vrouwelijke draagsters in de familie hebben geen of heel weinig klachten. Voorbeelden van geslachtsgebonden aandoeningen zijn: Duchenne/Becker spierdystrofie, hemofilie A/B en adrenoleucodystrofie (ALD).


Er wordt bij PGD in verband met geslachtsgebonden aandoeningen meestal onderscheid gemaakt tussen mannelijke en vrouwelijke embryo's. Vervolgens worden alleen de vrouwelijke embryo's in de baarmoeder geplaatst, om zo een zoon met de betreffende ziekte te voorkomen. Deze methode heet geslachtsbepaling.
Onderzoek naar de ziekteaanleg zelf is voor bepaalde aandoeningen ook mogelijk. Dan kunnen zowel gezonde mannelijke embryo's als niet draagster vrouwelijke embryo's in de baarmoeder geplaatst worden. Voor specifiek PGD-onderzoek naar de ziekteaanleg geldt een langere voorbereidingstijd dan voor alleen de geslachtsbepaling.